image description

ASW Journal

Theses from Interdisciplinary Social Sciences (ASW)

Robin Schram - PortretRobin Schram – In Guatemala Stad zeg je elkaar gedag met de woorden: “con cuidado, adios!” Con cuidado betekent ‘wees voorzichtig’, en die waarschuwing is er niet voor niets. Guatemala scoort hoog op die lijstjes waar je als land of stad liever niet hoog op scoort: hoge criminaliteitscijfers, hoog aantal moorden, een hoge corruptie-index, een hoge Gini-index, een hoog percentage ongeletterdheid, en ga zo nog maar even door. Guatemala staat in de wereldwijde top vijf van landen waar de meeste mensen vermoord worden (oorlogsslachtoffers niet meegerekend). Zo worden in Guatemala, een land met een kleine 15 miljoen inwoners, dagelijks gemiddeld zestien à zeventien mensen vermoord. Terwijl in Nederland gemiddeld eens in de twee dagen iemand wordt vermoord.

Maar dit soort cijfers geeft nog weinig inzicht in de historische en structurele oorzaken die hieraan ten grondslag liggen, laat staan over de beleving van mensen die in deze situatie (over)leven. De samenleving in Guatemala Stad heeft zich georganiseerd rondom angst, en de organisatie van die samenleving houdt op haar beurt deze angst in stand. Op deze manier is het in een neerwaartse spiraal verzeild geraakt. Hoe dit in zijn werk gaat laat zich goed beschrijven aan de hand van architectonische metaforen; alle constructies die zowel oorzaak zijn van, als voortkomen uit, ongelijkheid en angst.

De toren van Babylon

De toren van Babylon is in dit kleine land met 23 talen misschien wel de meest voor de hand liggende metafoor. Met Spaans als officiële nationale taal, wordt iedereen die het niet spreekt, of Spaans als tweede taal heeft, al snel als een tweederangs burger gezien. Om dit te benadrukken wordt een Maya taal door sommigen expliciet geen ‘taal’, maar een lengua – ‘tong’ – genoemd.

Deze opdeling en rangorde van talen illustreert de aanzienlijke horizontale (etnische) ongelijkheid in dit land, die grotendeels samenvalt met de verticale (economische) ongelijkheid. De Maya bevolking – de oorspronkelijke bevolking van het gebied – leeft hier na 500 jaar Westerse onderdrukking onder barre omstandigheden, maar blijft desalniettemin trots vasthouden aan haar talen en cultuur. Het diepgewortelde racisme jegens de Maya bevolking wordt nog eens bevestigd doordat in bepaalde kringen het interraciaal verwekken van kinderen wordt aangemoedigd met de woorden mejorar la raza – ‘het ras verbeteren’.

Interraciaal kinderen verwekken is echter niet de meest voor de hand liggende manier om de armoede te ontstijgen en meer respect te ontvangen. Het is makkelijker om met een vuurwapen een overval te plegen, en bij gebrek aan andere vormen van macht is dit de keuze die veel jongeren maken. Ze hebben immers weinig te verliezen en het levert ze wel degelijk geld en respect op.

Beton en bewakers: een angst-economie

De structurele ongelijkheid is dus deels de oorzaak van de grote hoeveelheid gewapende overvallen in dit land. Dit heeft zijn weerslag op de manier waarop de samenleving zich organiseert. Neem bijvoorbeeld de plek waar ik werk. In een straal van vijftig meter van mijn kantoor vind ik een winkel waar ik vuurwapens kan kopen, een aantal banken met elk een tiental private gewapende bewakers (daar zijn er in dit land vier keer meer van dan politieagenten) en een grote verzekeringsmaatschappij met in hetzelfde gebouw de mogelijkheid om kogelvrije vesten aan te schaffen en je auto volledig te laten blinderen of te laten bepantseren.

Robin Schram - Guatemala illustratie1

Figuur 1: De advertenties van een angsteconomie (Robin Schram)

Hieruit concludeer ik dat de economie hier niet alleen draaiende gehouden wordt door hebzucht, zoals gebruikelijk is, maar vooral ook door angst. Als ik mijn moraal aan de kant zou zetten en zou moeten kiezen waar ik mijn geld in zou beleggen, dan wordt dat in beton (voor het bouwen van muren), prikkeldraad, private beveiligingsbedrijven en vuurwapens. Dat is gegarandeerd een lucratieve investering, want voorlopig verwacht ik dat deze industrieën goed blijven gedijen bij de collectieve paranoia die in dit land heerst.

Het wrange van een economie die op angst draait, is dat bepaalde mensen profijt hebben van deze angst en dat deze mensen er dus gebaat bij zijn om die angst in stand te houden. Het journaal vertelt mensen hier elke avond wie er hoe en waar vermoord zijn, met heftige beelden en een soort James Bond muziekje op de achtergrond om de spanning op te bouwen. Vervolgens wordt het journaal onderbroken door reclamespotjes die je precies vertellen wat je allemaal moet aanschaffen en waar je je voor moet verzekeren om zorgeloos te kunnen leven in deze ‘gevaarlijke wereld’.

De Gouden Kooi

Want als je alles hebt, heb je alles te verliezen, en die kans is in Guatemala Stad iets groter dan elders. Iedereen die hier iets van waarde bezit is bang om het kwijt te raken. En wat doe je dan in een stad waar criminaliteit zo wijdverspreid is dat het oncontroleerbaar geworden is? Je sluit niet de criminelen op, maar jezelf. Guatemala Stad staat vol met ‘gated communities’. Oftewel, woonwijken met een grote muur en prikkeldraad er omheen. Als je iemand in zo’n gemeenschap bezoekt en je komt langs de slagbomen, de camera’s en de private beveiligers met grote vuurwapens, dan word je in sommige gevallen nog tot aan de voordeur geschaduwd door een motorrijder die controleert of je inderdaad een gewenste gast bent.

Robin Schram - Guatemala illustratie2

Figuur 2: Vergelijkbaar beeld uit de film ‘La Zona’ over angst binnen een ‘gated community’ in Mexico Stad

Het is een frappante gewaarwording dat de rijkere mensen in dit land het meest opgesloten zitten, terwijl het arme volk vrij rondloopt. Nou ja, in letterlijke zin dan. Want wat betekent vrijheid nog als je gevangen zit in armoede? Het tragische is dat ik hier vooral veel processen zie die de problematiek in dit land structureel versterken. Het bouwen van muren waar de rijkere mensen achter kunnen wonen is hier een goed voorbeeld van. De segregatie, stratificatie en sociale uitsluiting worden met de bouw van deze muren en andere fysieke barrières alleen maar bestendigd.

De Ivoren Toren

Het bijzondere aan een land waar je een rijke elite, een relatief kleine middenklasse, en een grote arme klasse hebt, is dat het voornamelijk bestuurd wordt (en bestudeerd wordt, door mij bijvoorbeeld) door mensen die geen idee hebben in wat voor werkelijkheid het grootste deel van de bevolking leeft. De bestuurders in Guatemala overzien het land vanuit een Ivoren Toren. Ik zou willen zeggen dat dit puur figuurlijk is, maar soms komt het wel heel dicht bij de werkelijkheid.

Ik ben een avond bij twee Franse ambassadeurs op bezoek geweest. Eén van deze heren woont met zijn vrouw op de veertiende verdieping van een (natuurlijk goed beveiligd) luxueus appartementencomplex, een soort ‘gated tower’. In dit huis vol met prachtige kunst drinken we Franse wijn en eten we toastjes met Europese kaas en vleeswaren. Vanaf het balkon hebben we een prachtig uitzicht over de stad met haar twinkelende lichtjes in de nacht, en we bespreken de sociale problematiek in Guatemala. Om beurten overtroeven we elkaar met nog betere oplossingen voor de criminaliteit, de mijnbouwconflicten, kindersterfte door ondervoeding etc. En dat terwijl we zelf op dit uur de straat niet op durven. Echt eens worden we het niet met elkaar over deze thema’s. Maar dat deert niet, want het avondeten is klaar en wordt opgediend, en in onze veilige toren kunnen we het gewoon weer over leuke reisjes en het WK hebben. Zouden we evenveel van deze Bourgondische avond kunnen genieten als wij niet alleen vanuit onze toren de stad konden bekijken, maar de stad ook ons zou kunnen zien?

Het Panopticum

Een Panopticum is een architectonische constructie die bedoeld is om mensen te controleren en te disciplineren. Meestal wordt het als een inrichting of een gevangenis gebruikt. Het gaat om een rond gebouw, denk aan een koepelgevangenis, met in het midden een toren die uitzicht geeft op alle cellen die in een cirkel om deze toren heen gebouwd zijn. Het idee is dat je in zo’n cel altijd gezien kan worden, maar dat je nooit weet of en wanneer je ook daadwerkelijk gezien wordt omdat je de bewaker op de toren niet kan zien vanuit de cellen. Deze permanente mogelijke controle maakt dat je bepaalde gewenste gedragingen op den duur internaliseert.

In Guatemala Stad hebben de meeste (kantoor)gebouwen spiegelende ramen en zijn auto’s volledig geblindeerd. Dat is het eerste wat je doet wanneer je hier een nieuwe auto koopt: de ramen blinderen. Dit verkleint de kans op een overval. Het zijn deze spiegelende ramen die me doen denken aan het Panopticum. Mensen kunnen mij wel zien, maar ik kan hen niet zien. Daardoor kan ik, wanneer ik over straat loop, altijd bekeken worden zonder dat ik zeker weet of dat ook werkelijk gebeurt. En ja, ik lijk bepaalde gedragingen te internaliseren. Ik peuter niet in mijn neus en krab niet aan mijn zak. Daarnaast heb ik een soort vastberaden loopje ontwikkeld waarmee ik probeer uit te stralen dat ik de stad goed ken en dat ik precies weet waar ik heen loop, ook als dit niet bepaald het geval is. Je weet immers nooit wie er naar je kijkt en welke intenties ze hebben.

Robin Schram - Guatemala illustratie3Figuur 3: Spiegelende ramen en geblindeerd glas (Robin Schram)

Dit is tot daar aan toe, maar er zit nog een schrijnendere dimensie aan dit verhaal. Het gaat in dit geval niet om een bewaker die gevangenen in de gaten houdt, maar over de rijkere klasse die vanachter hun spiegelende ramen in hun comfortabele kantoren en auto’s de armere klasse op straat ongegeneerd kan aanschouwen. Vanuit de BMW van een collega kijk ik schaamteloos lang naar de mensen op straat. Mensen die buiten fruit of kauwgom verkopen, dronken mannen die op de grond hun kater liggen uit te slapen, of een jong stel dat op een bankje zit te zoenen; ze kunnen mij toch niet zien kijken. Als een oud Maya-vrouwtje tussen de auto’s voor het stoplicht komt bedelen ziet ze alleen zichzelf in de spiegeling van de autoruiten. Het is eenvoudig om haar te negeren omdat we elkaar niet in de ogen kunnen kijken en omdat mijn onachtzaamheid dus onopgemerkt gaat.

Daarbij gaat het niet alleen over de rijkere klasse, maar ook over de heersende klasse. Zo ben ik bijvoorbeeld op bezoek geweest op het kantoor van de gouverneur van de provincie Chiquimula. Ook dit kantoor heeft geblindeerd glas en kijkt uit over de plaatselijke markt waar Maya-vrouwen hun groenten en fruit verkopen. Het is een ironische manier om uitdrukking te geven aan de ondoorzichtigheid van deze overheid. Met deze gouverneur hadden een collega en ik een afspraak. Nadat hij ons meer dan een uur had laten wachten had hij gedurende de pauze van de voedbalwedstrijd tussen Spanje en Chili precies tien minuten de tijd voor ons. Daarvan heeft hij zeker vijf minuten over voetbal gepraat, en daarna had hij toch écht weer andere verplichtingen. Zou hij ook met zijn voeten op zijn bureau voetbal kijken als hij aan de andere kant van het glas zat?

Een neerwaartse spiraal

Of het nu de regerende elite is die voetbal kijkt tijdens werktijd, of de rijkere elite die geld verdient aan angst; het wordt duidelijk dat de machtigste mensen in dit land weinig belang hebben bij het veranderen van de neerwaartse spiraal waar dit land zich in bevindt.

Robin Schram - Guatemala illustratie4

Ongelijkheid resulteert in geweld; het geweld creëert een angstige maatschappij; hierdoor ontstaat een industrie die draait op de behoefte aan veiligheid; deze industrie creëert fysieke en geografische structuren die de ongelijkheid bestendigen; en op deze manier wordt de ongelijkheid in Guatemala zowel de oorzaak als een gevolg van geweld en angst. Wie de oplossing heeft mag zich melden in Guatemala, maar pas op, zorg wel dat je goed verzekerd bent. Ik kan iedereen de molestverzekering van ‘Oomverzekeringen.nl’ van harte aanbevelen!

Robin Schram Guatemala - Illustratie4 (Andrew Singer)

Figuur 4: De aangeschafte ‘vrijheid’ van de rijke klasse (Andrew Singer)

Robin Schram is Afgestudeerd bij ASW in het Domein Conflictstudies. Momenteel is hij masterstudent bij de studie ‘Conflicts, Territories and Identities’ aan de Radboud Universiteit. Voor zijn scriptieonderzoek naar dialoogprocessen bij mijnbouwconflicten loopt hij een half jaar stage bij het NIMD in Guatemala Stad.

 

 

Conflict Studies Blogs

14161983123_4c2e28cd4e_qMartijn Dekker – Onlangs verzandde ik in een online discussie met enkele ‘Facebookvrienden’ over racisme en vooroordelen. Nadat ik had bekend dat ik, ondanks mijn links-liberale, progressieve inslag, stiekem best wel van politiek-incorrecte grapjes houd, waren de reacties niet mals.

Misschien was ik iets te oprecht. Zo maak ik graag grapjes over Joden, Moslims, Christenen, Marokkanen, Belgen, Nederlanders, negers, blanken, rechtse en linkse mensen, socialisten, fascisten, milieufanaten, feministen, VVD-ers, PVV-ers, GroenLinksers, homo’s, lesbiennes, mannen, vrouwen en kinderen. En ja, in navolging van Gordon in Holland’s Got Talent, ook over Chinezen.

Nadat een van de deelnemers aan de discussie had vastgesteld dat ik dus gewoon een racist ben, ging ik bij mijzelf te rade. Ben ik inderdaad racistisch?

Enerzijds moest ik bekennen dat ik als heteroseksuele (of beter: metroseksuele) hoogopgeleide, middenklasse-, blanke man makkelijk praten heb. Goed, in Haarlem opgroeien als Feyenoordsupporter heeft me geleerd hoe het is om tot een minderheid te behoren – met alle beledigingen, pesterijen en klappen die daar soms bijhoren – maar met structurele discriminatie, uitsluiting of achterstelling heb ik eenvoudigweg geen ervaring.

Toen ik daar nog wat dieper over nadacht, kwam ik tot de conclusie dat ik misschien juist daarom ook nauwelijks een probleem heb met grappen ten koste van mijzelf. En dat ik mijzelf daarom ook allerminst spaar; zelfspot is mij niet vreemd. Omdat ik in het dagelijks leven verder geen effecten van discriminatie of uitsluiting ervaar, raken grappen niet aan de kern van mijn wezen. Maar voor bijvoorbeeld mensen met een donkere huidskleur, die in Nederland in het dagelijks leven wel discriminatie en racisme ervaren, is dat een heel ander verhaal. Vandaar ook de ophef over Zwarte Piet.

En dat jongens van wie de ouders of grootouders in Marokko zijn geboren wat minder kunnen lachen over Marokkanengrappen, dat is bepaald niet vreemd. Als je dagelijks in verband wordt gebracht met overlast, criminaliteit en overlast, dan roept een lollig bedoelde opmerking heel wat meer negatieve emoties op. Als die opmerking überhaupt al ‘lollig’ bedoeld is.

Anderzijds zijn er diverse onderzoeken die uitwijzen dat het hebben van vooroordelen ten opzichte van andere mensen simpelweg onderdeel is van de ‘menselijke natuur’. Het is als het ware voorgeprogrammeerd in het menselijk brein. Hoewel ik weinig op heb met biologisch-deterministische verklaringen voor menselijk gedrag, waar iemand als Dick Swaab in grossiert, ben ik geneigd te geloven dat hier wel een kern van waarheid in zit. Categoriseren en snelle conclusies trekken op basis van oppervlakkige observaties zijn handig gereedschap in het dagelijks leven.

In vroeger tijden was het van vitaal belang dat je op basis van iemands uiterlijk snel kon bepalen of hij of zij tot een andere stam behoorde en daardoor levensgevaarlijk kon zijn. Natuurlijk spelen dergelijke overwegingen in onze moderne samenleving nauwelijks meer een rol, maar om een triviaal (en ietwat discriminerend) voorbeeld te noemen: als ik bij de bakker sta te wachten en ik zie een oudere vrouw binnenkomen, dan let ik extra goed op mijn beurt, want het is mij meer dan eens overkomen dat zo iemand voordringt. En iedereen gelooft in dat geval dat niet de jongere, maar de oudere persoon de waarheid vertelt over de volgorde van binnenkomst.

In dit voorbeeld betreft het een vooroordeel over aan leeftijd gekoppeld gedrag, maar er zijn talloze andere voorbeelden te bedenken. En vaak zijn ze helemaal niet terecht, maar slechts gebaseerd op eerdere ervaringen of, in veel gevallen, op alles wat tot ons komt via de media. Als antropoloog ben ik mij uiteraard bewust van het feit dat de verschillen tussen mensen sociaal geconstrueerd zijn en veel minder groot dan sommigen denken. En ook ben ik me uiteraard volledig bewust van de nog steeds veel voorkomende discriminatie, uitsluiting, vooroordelen en de gevoeligheden die daarbij horen. Maar, ondanks enkele wetenschappers die het tegendeel beweren, staat spelen met vooroordelen niet los van werkelijke discriminatie? Zijn grappen of losse opmerkingen echt per definitie een uiting van dieper liggende racistische overtuigingen?

Mensen kunnen denigrerende opmerkingen uiteraard interpreteren zijnde racistisch, maar dat zegt nog niets over de intenties. Met andere woorden, hebben we soms niet eerder te maken met overgevoeligheid dan met racisme, zeker in het geval van politiek-correct ‘goed volk’ dat het opneemt voor de ‘minder bedeelde medemens’? Ik heb de mening van de betreffende, Chinese Holland’s Got Talentkandidaat nog niet gehoord, om maar een voorbeeld te noemen.

Ik ben een groot voorstander van de vrijheid van meningsuiting, maar ik behoor niet tot die groep mensen die vinden dat je dan ook maar alles moet zeggen. Er is een groot verschil tussen alles mogen zeggen en ook alles daadwerkelijk zeggen. In de online discussie wierp ik daarom op dat je je altijd bewust moet zijn van de omgeving en context waarin je je grappen maakt. Maar zo terugkijkend, besef ik dat ook hier een verkeerde draai aan gegeven kan worden. Want ik wil hier allerminst mee beweren dat je je denigrerende opmerkingen stiekem alleen in de privésfeer moet maken.

Dat raakt namelijk aan het beroemde onderscheid tussen front- en backstageretoriek dat wordt gebruikt om, bijvoorbeeld, de verschillen aan te geven tussen wat extreme politici in het openbaar zeggen en, zich in een veilige omgeving wanend, tegen hun meest fanatieke aanhangers. Dit onderscheid komt bijvoorbeeld ook terug bij de analyses van de toespraken van imams, die in de moskee, in het Arabisch, toch iets anders blijken te zeggen dan in het openbaar, in het Nederlands.

Nee, ik vind dat politiek-incorrecte grapjes in principe ook in het openbaar gemaakt moeten kunnen worden. Ik weet dat ik hiermee heel veel mensen tegen de schenen schop, en een aanzienlijk deel van de politiek-correcte goegemeente in Nederland van mij vervreemd, maar ik moest stiekem best lachen om de opmerkingen van Gordon in Holland’s Got Talent. (Het was in ieder geval grappiger dan de opmerkingen over homo’s van Van der Gijp in Voetbal International, want die heb ik veel beter in vorm gezien qua humor.)
Wat Gordon feilloos liet zien, is dat het niet alleen grappig kan zijn om met bestaande vooroordelen te spelen, maar dat juist de critici vooroordelen ook geïnternaliseerd hebben. Of je je nu ergert aan de vraag of de van oorsprong Chinese kandidaat ‘nummer 39 met rijst’ gaat zingen of dat je erom moet lachen, je weet in beide gevallen precies wat er bedoeld wordt. Mijns inziens veronderstelt dit dat het spelen met dergelijke vooroordelen dus niet betekent dat je automatisch een racist bent. Je bent je in beide gevallen vooral bewust van het bestaan van dit soort vooroordelen. Zonder dat ik het Gordon heb gevraagd, durf ik zelfs wel te beweren dat het in dit geval, op een meta-niveau, best wel zou kunnen gaan om het belachelijk maken van de vooroordelen zelf en niet van de mensen waar die vooroordelen over gaan.

Natuurlijk vind ik racisme verachtelijk, zeker in geïnstitutionaliseerde vorm, maar laten we ook niet Roomser dan de Paus zijn. Vooroordelen zijn niet alleen nuttig om op een efficiënte manier met de wereld om ons heen om te gaan, maar ze kunnen ook bevrijdend werken. Door vooroordelen op een grappige manier aan de kaak te stellen, kun je ze ook van hun scherpe randjes ontdoen. Het is een kwalijke zaak als vooroordelen daadwerkelijk negatieve effecten op het leven (en het beleven ervan) van mensen hebben en dan moeten we dat zeker ter discussie stellen en proberen er iets aan te doen. Maar spélen met vooroordelen hoeft zeker niet direct aan racisme gekoppeld te zijn. Sterker nog, politiek-incorrecte humor is vaak best grappig.

Dit is een bewerkte versie van een opiniestuk dat eerder op de website van de Volkskrant verscheen.

Martijn Dekker is docent aan de afdelingen Algemene Sociale Wetenschappen en Politicologie (Conflict Studies).

Conflict Studies Blogs