image description

ASW Journal

Theses from Interdisciplinary Social Sciences (ASW)

Palestijns protest - (c) Martijn DekkerDe laatste weken heb ik verschillende initiatieven en acties in mijn inbox ontvangen, die onze nieuwe Minister van Buitenlandse Zaken Koenders oproepen om de Palestijnse staat te erkennen. In navolging van Zweden en België is het blijkbaar tijd om eindelijke de Palestijnse ambities te formaliseren, zeggen organisaties als Een Ander Joods Geluid (EAJG), zeker nu ook op Europees niveau gediscussieerd wordt over nieuw beleid.

Minister Koenders heeft al aangegeven dat hij deze erkenning nog te vroeg vindt komen en niet passen in het Nederlandse beleid, maar desondanks gaan er dus ook in Nederland steeds meer stemmen op voor actie. Hoewel ik heb samengewerkt met onder andere EAJG, en de doelen van de organisatie zeker onderschrijf, vind ik het een bijzonder slecht plan om op dit moment Palestina als staat te erkennen.

Laat ik voorop stellen dat ik een groot voorstander ben van de twee-statenoplossing en ik zou het fantastisch vinden als ik het ooit mag meemaken dat Israël en Palestina naast en met elkaar kunnen bestaan. Als twee zelfstandige staten, met aan beide kanten van de grenzen mensen met een open blik naar de wereld, mensen die kunnen voorzien in hun eigen levensbehoud; Israëli’s en Palestijnen, in alle soorten en maten, die zich kunnen richten op een gezamenlijke toekomst.

Maar iedereen die dit rooskleurige toekomstbeeld onderschrijft, kan helaas maar tot één conclusie komen: erkenning van de Palestijnse staat, in de huidige context, is een heel slecht idee. Hoewel politieke steun voor een twee-statenoplossing, waar een Palestijnse staat uiteraard deel van uitmaakt, absoluut te prijzen valt, zal erkenning in het kader van de huidige status quo slechts leiden tot een anderhalvestaatoplossing, waarbij de Palestijnen de baas mogen spelen in een eilandenrijkje van losse steden, gelegen binnen een door Israël gedomineerd grondgebied. Geen controle over lucht- en zeeverkeer of over de eigen grenzen, geen zeggenschap over wat er al dan niet geïmporteerd en geëxporteerd mag worden, geen invloed op wie de landsgrenzen mag passeren – een karikatuur van een staat.

In de huidige situatie, waarin Israël absolute controle heeft over het doen en laten van de Palestijnen en de grenzen tussen en rondom de Palestijnse gebieden volledig beheerst, en door de historische ontwikkelingen die daartoe geleid hebben, is de Palestijnse Autoriteit – de interim-regering die sinds de Oslo-akkoorden van halverwege de jaren negentig de weg moest bereiden voor een permanente Palestijnse vertegenwoordiging – verworden tot een politiek gedrocht. Paradoxaal genoeg is de Palestijnse overheid tandeloos en machteloos ten opzichte van de grootste bedreiging van het eigen volk, wat natuurlijk de Israëlische bezettingsmacht is en de honderdduizenden kolonisten, en tegelijkertijd nogal autoritair ten opzichte van de eigen bevolking, zeker waar het politiek andersgezinden betreft. Een slechter uitgangspunt is nauwelijks denkbaar voor een “nieuwe” staat.

Maar het is niet vreemd dat deze situatie tot stand is gekomen, omdat het vrijwel onmogelijk is om een staat op te bouwen in de context van een vijandige bezetting, waarbij een heel volk talloze vrijheden ontnomen wordt en waar onderlinge verschillen uitgebuit en uitvergroot worden door een verdeel-en-heers-politiek.

Erkenning van zo’n staat als volwaardig lid van de internationale gemeenschap is weinig meer dan een symbolische daad – een formaliteit die niets aan de ongelijke machtsverhoudingen op de grond zal veranderen. Sterker nog, het zal die machtsverhoudingen alleen maar versterken, want ze zijn dan geformaliseerd.

Laat één ding wel duidelijk zijn: ik behoor niet tot die mensen die vinden dat de Palestijnen eerst hun steun voor Hamas moeten intrekken of hun verzet tegen de bezetting moeten staken, voordat ze erkenning “verdienen”. Zolang Israël zich namelijk laat gelden in de Bezette Gebieden, mag en kun je dit niet vragen van een volk. Bovendien, voor diegenen die geen Arabisch spreken, Hamas is een verzetsbeweging(!), dus als je als EU of VS dan per se af wilt van die beweging – en volgens mij is dat allerminst noodzakelijk – zorg er dan eerst voor dat de noodzaak voor verzet weggenomen wordt. Het is les één in het handboek voor zogenaamde ‘counter-insurgency’ strategieën: biedt een alternatief, neem de voedingsbodem voor verzet weg.

De eerste en belangrijkste stap die andere landen, waaronder Nederland, dus moeten zetten, is ervoor zorgen dat Israël de bezetting beëindigt. Diplomatieke druk, vergaande sancties, een VN-vredesmacht; de manier waarop doet er niet toe, als het land zich maar terugtrekt uit de bezette gebieden. Alleen dan kunnen Palestijnen, met hulp van de internationale gemeenschap, een staat opbouwen die het waard is te erkennen en die recht doet aan de dromen en ambities van de Palestijnse bevolking, en er tegelijkertijd voor zorgt dat het Israëlische volk de torenhoge morele, psychische en economische kosten van de bezetting niet meer hoeft te betalen. Het is de enige juist stap op dit moment, de enige stap die echt kan bijdragen aan een duurzame en rechtvaardige oplossing voor de netelige kwestie die het Israëlisch-Palestijns conflict is.

Het is tijd voor actie: dwing, eensgezind, samen met andere landen, Israël om eindelijk de onrechtmatige en onrechtvaardige bezetting van de Palestijnse Gebieden te beëindigen!

Martijn Dekker is docent Algemene Sociale Wetenschappen en geeft o.a. vakken over conflict, ongelijkheid, in- en uitsluiting en ontwikkeling. Hij is gepromoveerd op een onderzoek naar de manieren waarop Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever hun veiligheid organiseren.

 

Conflict Studies Blogs