image description

ASW Journal

Theses from Interdisciplinary Social Sciences (ASW)

Archive for the ‘Other Theses’ Category

Huffener - illustratieEsther Huffener – Studenten maken meestal geen rationele en bewuste studiekeuzes. Terwijl zij wel steeds meer worden aangemoedigd om dit te doen. In dit onderzoek is gekeken of er een verband bestaat tussen studenten die bewust een studiekeuze maken en de tevredenheid achteraf met hun studiekeuze. Daarnaast is er onderzocht of er een verband is tussen bewust studiekeuzegedrag en een positief carrièreperspectief. Allereerst is kwalitatief onderzoek gedaan naar het carrièreperspectief van de huidige generatie studenten. Uit de interviews kwam naar voren dat studenten over het algemeen positief waren over hun gehele carrière maar minder positief over het vinden van een eerste baan. Daarnaast bleek een aantal studenten een beeld te hebben van hun carrière, maar niet verder te durven kijken dan de eerste vijf jaar. Anderen hadden nog helemaal geen idee wat voor werk ze zouden gaan doen na hun studie. Naar aanleiding van dit kwalitatieve onderzoek is carrièreperspectief opgedeeld in drie factoren, optimisme over de eerste baan, optimisme over de gehele carrière en een duidelijk beeld van hun carrière. Vervolgens is er een online enquête verspreid die door 104 studenten compleet is ingevuld. Hieruit kwam naar voren dat er een positief verband bestaat tussen het bewust studiekeuzegedrag en tevredenheid met de studiekeuze. Daarnaast bleken studenten die bewuster hun studiekeuze maken, zowel positiever te zijn over het vinden van een eerste baan als over hun gehele carrière. Uit eerder gedaan onderzoek blijkt dat zij ook succesvoller zijn in hun carrière. Daarnaast hebben studenten die bewuster hun studiekeuze hebben gemaakt ook een duidelijker beeld van hun carrière. Hierdoor zouden zij ook gemotiveerder zijn tijdens hun studie. Uit dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat studenten meer gestimuleerd moeten worden om bewust hun studiekeuzes te maken.

BachelorscriptieASW_Esther_Huffener

Other Theses

Melissa_Themlow_illustratieMelissa Themlow – In dit kwantitatieve onderzoek is gekeken of er een genderverschil bestaat in de leiderschapscompetentieprofielen van Nederlandse leidinggevenden in het onderwijs, bij de beoordeling door hun directe werkomgeving. Bovendien is onderzocht of deze competentieprofielen overeenkomen met de competenties die van belang worden geacht voor hun organisatie. Hierbij is gebruik gemaakt van de 16 leiderschapscompetenties van Zenger en Folkman (2014) die vallen onder vijf competentieclusters, waarbij is gekeken naar vier respondentgroepen die een mannelijke of vrouwelijke leidinggevende hebben beoordeeld en belang hebben gehecht aan alle competenties. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van 8407 360 graden feedback beoordelingen van 412 leidinggevenden uit het onderwijs, waaronder 205 mannelijke en 207 vrouwelijke leidinggevenden. Uit het onderzoek is gebleken dat vrouwelijke leidinggevenden significant hoger worden beoordeeld op de totale leiderschapsbeoordeling door managers, collega’s en direct ondergeschikten. Er is geen significant genderverschil gevonden in de competenties die door de directe werkomgeving en de leidinggevenden zelf als belangrijkste worden geacht voor de organisatie, namelijk de competentiecluster interpersoonlijke vaardigheden. De zelfbeoordeling op de leiderschapscompetenties toont een zelfonderschatting van vrouwelijke leidinggevenden en een zelfoverschatting van mannelijke leidinggevenden aan, ten opzichte van de beoordeling door de directe werkomgeving. Geconcludeerd kan worden dat vrouwelijke leidinggevenden, met uitzondering van hun managers, door de directe werkomgeving significant hoger worden beoordeeld op de leiderschapscompetenties die van belang worden geacht voor de organisatie. Daarmee zou gesteld kunnen worden dat vrouwen effectievere leiders zijn dan mannen op de beoordeelde leiderschapsrol. De maatschappelijke betekenis van deze resultaten is dat meer vrouwen gestimuleerd en ontwikkeld moeten worden om leidinggevende rollen in het onderwijs te vervullen.

BachelorscriptieASW_Melissa_Themlow

Other Theses

af7b7e8a-d437-46b6-b8cd-305612d766c8Leoni Fohr – In deze scriptie is op kwalitatieve wijze onderzocht in hoeverre extra-curriculaire ervaring van sollicitanten een rol speelt bij het wervings- en selectieproces van werkgevers binnen de NGO-sector in Amsterdam en Utrecht. Allereerst is onderzocht wat de algemene wensen en eisen van werkgevers in deze sector zijn. Vervolgens is specifiek gekeken naar de rol van extra-curriculaire ervaring binnen het sollicitatiebeleid van de NGO’s. Als laatste is onderzocht in hoeverre extra-curriculaire ervaring volgens zowel werkgevers als werknemers relevant blijft op de werkvloer. De resultaten zijn gebaseerd op negen semi-gestructureerde interviews met werkgevers en vijf focusgroepen met in totaal 17 werknemers vanuit de NGO’s. Gebleken is dat werkgevers in de NGO-sector een veelomvattende eisenlijst hebben waarop zij selecteren. Daarnaast hebben de interviews uitgewezen dat NGO’s die zich bezighouden met medische hulpverlening in mindere mate belang hechten aan extra-curriculaire ervaring bij werknemers dan de overige NGO’s. Binnen alle NGO’s geldt echter dat extra-curriculaire ervaring zeer relevant kan zijn, mits deze ervaring aansluit op de werkzaamheden binnen de betreffende NGO. Vooral wanneer sprake is van weinig werkgelegenheid kan extra-curriculaire ervaring doorslaggevend zijn. Tot slot is gebleken dat extra-curriculaire ervaring voornamelijk in het begin van een carrière een rol speelt.

BachelorscriptieASW_Leoni_Fohr

Other Theses

Jeroen Snellen - Illustratie Jeroen Snellen – Door groeiende kennis over de impact van consumeren op het milieu, groeit het bewustzijn over het belang van duurzaam consumeren. Mede door druk vanuit de consument proberen bedrijven zich te conformeren aan het principe van de Triple Bottom Line, waarbij naast economische belangen, ook sociale en milieubelangen voorop staan. Sommige bedrijven gebruiken het milieubewustzijn van consumenten echter voor de verkeerde doeleinden. Misleidende ‘groene’ marketing wordt ingezet om economische belangen na te streven, waardoor ‘groene’ marketing door sommige consumenten niet meer geloofwaardig wordt bevonden. Deze scriptie onderzoekt op kwantitatieve wijze de invloed van scepticisme over ‘groene’ marketing op het kopen van ‘groene’ producten in de supermarkt, in relatie tot andere factoren die invloed hebben op ‘groen’ koopgedrag, namelijk ‘bereidheid te betalen’, ‘ontvangen kwaliteit’, ‘verwachte effectiviteit’ en ‘milieubezorgdheid’. ‘Milieubezorgdheid’ blijkt een directe positieve invloed te hebben op ‘groen’ koopgedrag; consumenten die zich zorgen maken om het milieu kopen eerder ‘groene’ producten. Scepticisme heeft een indirecte negatieve invloed op ‘groen’ koopgedrag via ‘verwachte effectiviteit’. Sceptische consumenten verwachten dat het kopen van een ‘groen’ product minder invloed heeft op een beter milieu dan consumenten die minder sceptisch over ‘groene’ marketing zijn. Omdat scepticisme een negatieve invloed heeft op het kopen van ‘groene’ producten is het belangrijk dat producenten van ‘groene’ producten eerlijke en volledige informatie verschaffen over het effect dat het product heeft op het milieu en hierop streng gecontroleerd worden.

BachelorscriptieASW_Jeroen_Snellen

Other Theses