image description

ASW Journal

Theses from Interdisciplinary Social Sciences (ASW)

Caroline-Buchanan1Selma Rijnsburger

Als vrouwelijke semitopsporter werd ik me al snel bewust van sekseongelijkheid. Als meisje in de, door mannen gedomineerde, BMX-wereld viel het me al snel op dat er wel degelijk verschillen waren tussen de mannen en de vrouwen. Als het over “de elite” ging, dan ging het over de mannen en op dat sporadische moment dat er een item over BMX-racing te zien was op het NOS sportjournaal waren het altijd de mannen die de show stalen. Kortom, het werd al snel duidelijk dat je als vrouw niet hoefde te verwachten dat je even serieus werd behandeld als de mannen. Dit werd nog duidelijker toen ik in de leeftijd kwam dat we niet meer voor bekers en medailles reden, maar voor de geldprijzen gingen rijden. Toen bleek dat de geldprijzen voor de mannen hoger uitvielen dan die van de vrouwen. Dit fenomeen beperkt zich niet alleen tot de BMX-wereld. Het overgrote deel van de sportwereld wordt nog steeds gedomineerd door mannen en is er vaak sprake van sterke inkomensongelijkheid tussen de seksen. Een kritische lezer zal nu wel denken: als de sportwereld zo wordt gedomineerd door mannen, is het dan niet logisch dat er ook meer geld omgaat in het mannencircuit en dat mannen dus meer verdienen?

Een theoretische stroming die zich specifiek bezighoudt met inkomensongelijk is de neoklassieke school. Als je naar dit vraagstuk zou kijken met een neoklassieke bril zou je in eerste instantie wellicht denken dat deze inkomensongelijkheid juist niet een logisch gevolg is van de dominantie van mannen in de sportwereld. Immers, de neoklassieken zullen de sportwereld zien als een markt waar het principe van vraag en aanbod geldt. De sportwereld wordt gedomineerd door mannen, en het aanbod van mannen is dus erg groot. Dit zou moeten betekenen dat het inkomen van mannen juist lager zou moeten zijn. Want als het aanbod groter is dan de vraag zorgt dit voor een daling in inkomen. Echter, als we ons wat verder verdiepen in deze theorie blijkt dat op de markt die de neoklassieken schetsen het inkomen afhangt van kennis, vaardigheden en talent. Deze vaardigheden zijn het gevolg van een investering die is gedaan. In het geval van een sporter betekent dit dat zijn inkomen afhankelijk is van zijn talent, en van de investering die hij heeft gedaan, in dit geval het aantal trainingsuren (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2014). Als we even terugkomen op het geval van verschillen in prijzengeld in de BMX-wereld snijdt deze theorie toch meer hout dan in eerste instantie lijkt. Want hoe meer concurrenten er zijn, hoe meer talent en vaardigheden je zal moeten hebben om de beste te zijn. Dit betekent dat inkomensongelijkheid een gevolg is van de dominantie van de mannen in de BMX-wereld.

Maar toch is deze verklaring niet genoeg om dit fenomeen helemaal te kunnen verklaren. De neoklassieken gaan er namelijk vanuit dat inkomensverschillen in de BMX-wereld enkel een gevolg zijn van de dominantie van de mannen. Maar wie zegt dat deze dominantie niet juist het gevolg kan zijn van inkomensongelijkheid? De neoklassieke benadering behoeft dus enige aanvulling (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2014).

Een mogelijke aanvulling is de functionalistische verklaring, deze theorie gaat veel meer uit van normatieve factoren die (kunnen) leiden tot ongelijkheid. In het geval van beroepen gaat deze theorie er dus vanuit dat de beloning van beroepen afhangt van het prestige van dit beroep. Dit prestige wordt grotendeels bepaald door de bijdrage die dit beroep levert aan de samenleving. In de BMX-wereld zou dit betekenen dat inkomensongelijkheid een indicator is van het feit dat mannelijke BMX-ers meer aanzien hebben dan vrouwelijke BMX-ers. Dit is nogal wat om zo te stellen, maar laten we de BMX-wereld eens bekijken als een soort mini-samenleving. Als de functionalistische verklaring klopt krijgen mannen meer prijzengeld betaald dan vrouwen, omdat zij meer prestige hebben. Deze prestige wordt bepaald doordat mannen een grotere bijdrage zouden leveren aan de mini-samenleving die de BMX-wereld heet. Nu rijst de vraag, waarom zouden mannen meer prestige hebben dan vrouwen?

Hier is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen de concepten ‘ongelijkheid’ en ‘verschil’. Het concept ongelijkheid heeft een zekere vorm van stratificatie in zich, in het geval van inkomensongelijkheid betekent dit dat een bepaalde groep binnen de samenleving meer verdient dan de andere. Het concept ‘verschil’ heeft deze stratificatie niet. Een bepaalde groep is simpelweg anders dan de andere groep, wat niet wil zeggen dat de ene groep beter is. In het geval van geslacht is dit verschil duidelijk: een mannenlichaam is simpelweg anders opgebouwd dan het vrouwelijk lichaam. Dit wil niet zeggen dat het mannenlichaam “beter” is, maar het is wel belangrijk dit verschil te erkennen.

Nu terug naar de vraag waarom mannen meer prestige hebben dan vrouwen. In de BMX-wereld is het, zoals in zoveel sportwerelden, belangrijk om zoveel mogelijk geld, sponsoren en publiciteit te krijgen. In dit geval wil je dus dat als het sportjournaal een item uitzendt over BMX-racing, dat de rijders zo snel mogelijk gaan, zo mooi mogelijke sprongen maken, en eventueel nog wat spectaculaire crashes maken. Hier speelt het zojuist beschreven verschil tussen mannen en vrouwen een belangrijke rol. Mannen zijn van nature gewoon sterker dan vrouwen, zijn dus in staat meer snelheid te maken en grotere sprongen te maken. Kortom, het mannen-BMX wordt gezien als spectaculairder, en op commercieel gebied zullen mannen dus een grotere bijdrage leveren aan de inkomsten van de BMX-wereld. Het logische gevolg hiervan is dus dat mannen meer verdienen dan vrouwen.

Maar betekent dit ook dat inkomensongelijkheid in de sportwereld niet meer dan terecht is? Misschien wel, misschien is het in Nederland anno 2016 wel onvermijdelijk dat sommige verschillen in de samenleving leiden tot ongelijkheid omdat dit systeem van prestige en inkomen zo zit ingebed in onze samenleving. Waar mannen in de BMX-wereld meer verdienen dan vrouwen, verdienen vrouwelijke modellen weer meer dan mannen. Is dit eerlijk? Nee, in mijn ogen niet, maar misschien is dit wel een gegeven waar we mee moeten leren leven, omdat onze samenleving zo in elkaar zit.

(Blogpost geschreven voor Visies op Sociale Ongelijkheid)

Bronnen

Vrooman, C; M.  Gijsberts en J Boelhouwer (2014) Verschil in Nederland. Den Haag, SCP. Hoofdstuk  2.

Afbeelding: Caroline Buchanan, vijfvoudig wereldkampioen en Olympisch kampioen BMX, http://www.womenfitness.net/caroline_buchanan.htm

ASW core courses